Maureen Janice Baartman

WipWap Wetenschap

PSYCHISCHE HULP VERGROOT SLAGINSKANS VRUCHTBAARHEIDSBEHANDELINGEN; Over de emotionele impact van een (nog) onvervulde kinderwens

Vruchtbaarheidsbehandelingen en een onvervulde kinderwens: ze hebben een verregaande impact op het leven van degenen die het ondergaan. Hun psychisch welbevinden lijdt er flink onder en die stress verkleint ook nog eens de slagingskans van eventuele vruchtbaarheidsbehandelingen. Psychische hulp werkt dan stressreducerend, wat de slagingskans weer vergroot. Genoeg reden dus om al in een vroeg stadium van een fertiliteitstraject psychische ondersteuning te bieden.

In Nederland krijgt een paar dat na een jaar proberen niet spontaan zwanger raakt, de diagnose ‘verminderd vruchtbaar’. Die diagnose is voor degene die hem krijgt een grote shock. Immers: het kán betekenen dat men nooit kinderen zal krijgen. De emoties die erop volgen zijn vergelijkbaar met het verlies van een dierbare: ongeloof, boosheid, rouw en depressie. Maar nog voordat zij de tijd hebben gehad om bij die emoties stil te staan, wordt het ene na het andere medische onderzoek ingepland in het kader van vruchtbaarheidsbehandelingen zoals o.a. IUI, IVF en ICSI. Ziekenhuizen bieden geen emotionele ondersteuning, terwijl wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat psychische hulp gedurende vruchtbaarheidsbehandelingen een positief effect heeft op het psychisch welzijn van degenen die ze ondergaan én de slagingskans van de behandelingen vergroot­[1,2,3,4,5].

Gecompliceerde rouw

Calista Wissing, gezondheidszorgpsycholoog in de Basis GGZ, ziet in haar praktijk voor toegepaste psychologie (PTP) veel patiënten met psychische problematiek rondom vruchtbaarheidsbehandelingen en onvruchtbaarheid. Zij vinden haar over het algemeen via de website van Freya, de vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen, waarop een lijst te vinden is met therapeuten die ervaring hebben met hulpverlening aan mensen met een (nog) onvervulde kinderwens.

Wissing: “Tijdens een vruchtbaarheidsbehandeling is de hoop groot. Mislukt een poging, dan is de teleurstelling en het gevoel van verlies enorm. Voorafgaand aan bijvoorbeeld de terugplaatsing van een embryo in de baarmoeder (bij IVF en ICSI), heeft men al heel veel doorgemaakt en overwonnen - hormoonbehandelingen, puncties, medisch onderzoek, maar ook een lawine van emoties. In de beleving van de wensouder(s) is een vruchtje veel meer dan alleen maar een embryo; het is al een kindje, hún kindje. Dat ‘kindje’ verliest men als de behandeling niet slaagt.”

“Het rouwproces waar men vervolgens doorheen gaat, is ontzettend gecompliceerd: er is geen dode, maar wel een gevoelsmatig net zo groot verlies. Dat verlies moet verwerkt worden. Daar komt bij dat er weinig begrip is voor een dergelijk verdriet, doordat het voor de omgeving zo ongrijpbaar is. Rouwen na een miskraam wordt als normaal gezien, maar dat men net zo diep kan rouwen om een mislukte vruchtbaarheidspoging, is niet algemeen bekend en geaccepteerd.”, aldus Wissing.

De emotionele gevolgen van onvruchtbaarheid en een (nog) onvervulde kinderwens

Omdat het krijgen van kinderen voor de meeste mensen zo’n fundamenteel deel van het leven is, is een onvervulde kinderwens op alle fronten daarvan van invloed: sociale contacten, werk, de relatie. Sterke gevoelens van falen (van het eigen lichaam), van schuld (omdat zij hun partner geen kind kunnen geven), van onzekerheid (waarom lukt het niet, hoe nu verder?) en van spijt (omdat zij hun kinderwens hebben uitgesteld tot na een studie of carrière, van het jarenlang gebruik van anticonceptie of van een vroegere abortus) steken de kop op. Ook voelt men zich vaak aangetast in hun mannelijkheid en/of vrouwelijkheid. De onmacht over het niet goed functioneren van het eigen lichaam is groot[6].

 “Mensen schieten in een overleefmodus, raken het contact met hun gevoel en behoeftes kwijt en zijn niet meer in staat om keuzes te maken of normaal te functioneren.”, vertelt Wissing. Alle tijd en energie wordt geïnvesteerd in het zwanger worden, al het andere wordt uitgesteld, zoals het zoeken naar werk, een verhuizing en soms zelfs het herzien van de relatie.

Mensen met een onvervulde kinderwens gaan contacten met familie en vrienden mét kinderen uit de weg. Het is voor hen té pijnlijk om steeds opnieuw geconfronteerd te worden met hun grootste (nog) onvervulde wens: een kind. Tegelijkertijd voelen zij zich er schuldig over dat zij het niet meer kunnen opbrengen om hun sociale contacten te onderhouden. Vaak functioneren zij daarnaast minder goed op het werk en voelen zij zich ook daar weer slecht over. Dat bovendien de liefdesrelatie onder druk komt te staan, behoeft geen verdere uitleg. 

Zo krijgen zij het gevoel op elk vlak te falen. Zeker als het zelfgevoel al wankel wás, vervolgt Wissing, bestaat er een kans dat iemand volledig instort en zijn/haar hele eigenwaarde ophangt aan het wel of niet krijgen van een kind.

Een vrouw die de diagnose ‘verminderd vruchtbaar’ kreeg, schrijft[7]: “De onzekerheid begon toe te slaan. Ik voelde me rot en soms zelfs minderwaardig. In de tussentijd had ik de kersverse baby’s van bijna al mijn vriendinnen in m’n handen gehad, terwijl er bij ons helemaal niets gebeurde. Ik kon boos op mezelf worden als ik weer ongesteld werd en daar teleurgesteld over was.”

Kortom, zo spreekt Wissing zich uit: “Het is, zowel medisch als maatschappelijk, een onderschat probleem. Het is belangrijk dat artsen zich realiseren hoe groot de emotionele impact eigenlijk is en dat men van begin af aan gebaat is bij psychische hulp en emotionele ondersteuning. 

Hoe verder?

Vaak wijzen vrienden en familie na verloop van tijd op de mogelijkheid van een spermadonor, eiceldonor en/of adoptie. Maar de instinctieve drang om een eigen kindje te krijgen, is universeel. Net zoals het zwanger zijn of bezwangeren gevoelens van trots oproept, voelt het niet of verminderd vruchtbaar zijn als een nederlaag. Voordat men überhaupt over andere opties na kan gaan denken, is psychische begeleiding dan ook van cruciaal belang.

Wanneer vruchtbaarheidsbehandelingen keer op keer niet slagen, komt er een moment waarop men niet anders kan dan ermee te stoppen. Dat kan zijn doordat men het emotioneel niet meer aankan, maar ook financiën spelen hierbij een rol. Men is dan gedwongen om het op te geven, maar had er alles voor over gehad om wél een eigen kindje te krijgen. Die pijn blijft altijd aanwezig en wordt op sommige momenten in het leven weer aangewakkerd, bijvoorbeeld als kinderen van vrienden afstuderen, trouwen of zelf weer kinderen krijgen. Het verdriet van het ongewenst kinderloos zijn, houdt daardoor nooit op. 

Conclusie

Gezien het feit dat (mogelijke) onvruchtbaarheid een desastreus effect kan hebben op het leven van mensen met een onvervulde kinderwens en het daardoor de slagingskans van vruchtbaarheidsbehandelingen ook nog eens verkleint, zou het aanbieden van psychische ondersteuning een standaard onderdeel moeten zijn van het oriënterend fertiliteitsonderzoek (OFO) voorafgaand aan eventuele vruchtbaarheidsbehandelingen. Het Medisch Centrum Kinderwens in Leiderdorp doet dit al en biedt tegen een gereduceerd tarief psychische hulp aan.

Regionale themabijeenkomsten

Freya organiseert samen met het Netwerk psychosociaal therapeuten regionale themabijeenkomsten onder de professionele begeleiding van therapeuten met ruime ervaring binnen de hulpverlening aan mensen met een (nog) onvervulde kinderwens. De agenda staat op de website van Freya.

Referenties

1. Frederiksen, Y. et al (2015), Efficacy of psychosocial interventions for psychological and pregnancy outcomes in infertile women and men: a systematic review and meta-analysis, BMJ Open, doi: 10.1136/bmjopen-2014-006592.

2. Rockliff H.E. et al (2014), A systematic review of psychosocial factors associated with emotional adjustment in in vitro fertilization patients, Human Reproduction Update, vol. 20 no. 4, pp. 594-613.

3. Luk B.H. et al. (2014), The Impact of Infertility on the Psychological Well-Being, Marital Relationships, Sexual Relationships, and Quality of Life of Couples: A Systematic Review, Journal of Sex and Marital Therapy, Sep. 11, pp. 1-16.

4. Gameiro S. et al. (2014), Do children make you happier? Sustained child-wish and mental health in women 11-17 years after fertility treatment, Human Reproduction, vol. 29 no. 10, pp. 2238-46.

5. Ashraf D.M. et al. (2014), Effect of infertility on the quality of life, a cross- sectional study, Journal of Clinical and Diagnostic research, vol. 8 no. 10, OC 13-5

6. Emotional aspects of infertility, Women’s Health Queensland Wide 2011, www.womhealth.org.au

7. http://www.ze.nl/p/114485/diagnose_verminderd_vruchtbaar_

Calista Wissing, GZ-Psycholoog

Praktijk voor Toegepaste Psychologie Arnhem 

www.psycholoogwissing.nl

 

Gepubliceerd in: Nataal april 2015, editie 24

 

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn